Tchorski
Tchorski
La Tour d'Ursel

Text from Michaël Bellon (Brussel Deze Week)
Nog heel even en de Lottotoren is er niet meer. De drieëntwintig verdiepingen tellende blauwe toren van de architecten Robert Goffaux en Charles Heywang overleeft zijn veertigste verjaardag niet. Aan het handje van twee ervaren urban explorers begaven we ons in de illegaliteit en gingen we het pand voor een uurtje kraken. Allemaal ter lering en herinnering van het nageslacht.

Aan de Sint-Goedelekathedraal hebben we afspraak met Subito en Presto (laten we onze twee begeleiders, die anoniem wensten te blijven, zo noemen). Die afspraak werd gemaakt via het internet, waarop Subito en Presto beiden onafhankelijk van elkaar actief zijn. Subito heeft zijn schuilnaam gestolen want hij is te laat. Hij probeerde nog tevergeefs een kompaan te bereiken. Subito en Presto noemen zichzelf amateurs in de industriële archeologie. In steden in gans Europa bezoeken ze leegstaande gebouwen, torens en ondergrondse ruimten die verwaarloosd zijn en dreigen afgebroken te worden. Op hun website Urban Explorer en A l’Abandon (respectievelijk http://www.brussels.clan.st en http//users.skynet.be/alabandon) plaatsen ze foto’s van de panden, samen met informatie over de stand van zaken in het afbraak- of renovatiedossier. Ze maken op die manier deel uit van een internationaal informeel netwerk van mensen die ongeveer hetzelfde doen. “Het komt er op aan de gebouwen te bezoeken voor ze worden afgebroken,” zegt Subito, die al zowat alle leegstaande Brusselse torens en gebouwen heeft bezocht, “de foto’s zijn vaak de enige getuigen van zaken die binnenkort niet meer bestaan. Want soms gaat het heel vlug.” De website is er dus niet alleen ter informatie van collega’s die het ook eens willen proberen, maar ook voor het grote publiek dat eens wil zien hoe sommige gebouw er vanbinnen uitzien. “Sommige stadsbewoners wandelen er elke dag langs, maar ze zijn er nooit binnen geweest.”

Subito en Presto hebben dit soort dingen dus al eerder gedaan. Dat maakt het al heel wat minder spannend, maar we doen toch alsof. Voor Presto is het trouwens wel zijn eerste keer in de Lotto-toren. Maar om die binnen te dringen heb je eigenlijk niet veel nodig. Niets eigenlijk, behalve een zaklamp voor de donkere stukjes. Subito heeft ook een fluorescerende vest aangetrokken om argwanende voorbijgangers aan de ingang te doen geloven dat hij hier thuishoort. Subito denkt dat de ingang nu misschien wat beter zal afgesloten zijn sinds de politie er een paar weken geleden het lijk van een dakloze is komen weghalen. Maar onder het improvisoire Herashekje dat de benedenverdieping afsluit kruipen zal het moeilijkste onderdeel blijken te zijn van heel de expeditie. Om ongewenste bezoekers weg te houden heeft men de trappen naar de eerste verdieping vernietigd, maar er staat nu een gewone ladder in de plaats.

Als het de eerste keer is bereiden Subito en Presto hun bezoekjes aan leegstaande gebouwen wel meestal goed op voorhand voor. Momenteel bestudeert Subito de plannen van de Financietoren om er snel zijn weg te vinden als het helemaal komt leeg te staan. Wat ook kan helpen is een bezoekje langs de voordeur op het moment dat de toren nog bevolkt is. Met een of andere smoes kom je gemakkelijk te weten waar zich precies de nooduitgangen en de trapzalen bevinden. “Die voorstudie doen we vooral om zo weinig mogelijk doorgangen te moeten forceren,” zegt Presto. “Want iets afbreken is eigenlijk niet te bedoeling. We willen niemand nodeloos alarmeren.”

De Lottotoren moest in 1962 “het hoogste en meest moderne hotel van Europa” worden. Hoewel hij zijn naam kreeg als onderkomen van de Nationale Loterij heeft hij ook een tijd als hotel gefungeerd. En in zijn nadagen heeft hij die functie in zekere zin opnieuw gekregen. De Lottotoren is een tijdlang een hotel voor krakers geweest, dat blijkt duidelijk op de eerste verdiepingen. Daar is een enorme ravage aangebracht. Deze krakers hadden duidelijk niet voor elke activiteit een apart kamertje gereserveerd. Ze hebben duidelijk gebruikt gemaakt van de zee van ruimte die hen ter beschikking stond door telkens een kamer te bevuilen en die dan weer te verlaten. Overal, maar dan ook overal, liggen uitwerpselen. Meestal in het midden van de vloer. Die is voor de rest bezaaid met karton, papier en lege drankflessen. Het is op de beesten af.

Voor de echte urban explorer komt het er dus eigenlijk op aan de krakers voor te zijn. Zij bederven de pret. Als je als eerste in een leegstand gebouw binnenraakt geeft dat de grootste kick. Echt leeg staan zo’n gebouwen immers nooit. Vaak stoot je op voorwerpen die je best nog kan gebruiken. Soms op zaken die zelfs enige waarde hebben. In de Lottotoren was dat minder het geval. De ingevulde lottobiljetten van winnaars die de krakers in het rond gesmeten hebben, zijn jaren geleden al verzilverd. En aan de reclamefolders en stickers van nevenproducten Baraka en Joker, heb je ook al niet veel. Wat Presto wel graag doet is aan de hand van de grondplannen, personeelslijsten, oude postkaarten van collega’s op vakantie enzovoort het leven in de Lottototoren reconstrueren. Als je al die classeurs en ongebruikte paperclipdoosjes ziet liggen is het inderdaad niet moeilijk om die De Collega-sfeer in een Brussels overheidsbedrijf in de jaren tachtig terug op te roepen.

Wat nog leuk is, is spelletjes spelen. Want die grote leegstaande oppervlaktes (de hogere verdiepingen zijn wel opgeruimd) werken toch inspirerend. Enkele gigantische rollen papier uitrollen over een hele verdieping, verstrekt een kinderlijk plezier. Een andere topper in de Lottotoren is het laten vallen van een zwaar voorwerp in de liftkoker van op de bovenste verdieping. Het duurt ettelijke seconden voor je het voorwerp op het dak van de liftkooi hoort neerploffen. Maar misschien heeft dat toch iets weg van vandalenstreken. Wat Subito en Presto ook vaak doen is op willekeurige plaatsentekens achterlaten voor elkaar. Verwijzingen naar hun website, dat soort dingen.

Op de hogere verdiepingen zijn verschillende vensters met graffiti beschilderd, maar voor de rest valt er niet zoveel te beleven. Na een lange klim op de brandtrap bereiken we het dak. Het is misschien niet hetzelfde als de top van de Everest bereiken, maar toch, het heeft iets. De Lottotoren is een van de meest centraal gelegen torens en je hebt er dus in alle windrichtingen zeer goed zicht. Van het Atomium tot het Europees parlement. Je kan er ook gewoon afspringen als je wil, omdat je de lotto weer niet gewonnen hebt bijvoorbeeld.

Michaël Bellon (Brussel Deze Week)

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

Tchorski

SUITE >